Wat doen de ijsmeesters bij ROVA?

“Eindelijk weer eens écht winterweer in Nederland”, is iets wat je begin februari 2021 regelmatig hoorde. Heel Nederland had het over de sneeuw en vorst. Maar waar inwoners vooral op zoek waren naar de slee, sneeuwschep en schaatsen, zorgde het winterweer dat medewerkers van ROVA een aantal bijzondere taken moesten uitvoeren.

Wat doen de ijsmeesters bij ROVA?

Terwijl het dagen lang dag en nacht vroor, was Nederland in de ban van ijs en schaatsen. Maar dit kan alleen als het ijs dik genoeg is. In Zwolle controleert ROVA verschillende plassen die door de gemeente zijn aangewezen als schaatslocaties. Voor de zogenaamde ijsmeesters van ROVA betekent dit dat ze aan de slag moesten. IJsmeesters bij ROVA? Jazeker. We gaan met Hans van den Belt en Wilfried Nijensteen, beiden senior medewerker beheer buitenruimte in regio IJssel-Vecht, in gesprek. Hoewel het ijs inmiddels gesmolten is, vertellen ze er graag over.

Protocollen

“Wanneer het voor een langere tijd gaat vriezen, komen de protocollen voor ijsrecreatie op tafel. Wij gaan dan op pad om het ijs te controleren”, vertelt Hans. Hans en Wilfried inspecteren verschillende schaatsvijvers in Zwolle om te controleren of het veilig genoeg is om je op het ijs te begeven. Hans vertelt verder: “Op zes locaties in Zwolle bekijken we de ijsdikte én de diepte van het water. Daaruit kunnen we conclusies trekken over de veiligheid van het ijs.” Wilfried vult aan: “Eigenlijk wilde de gemeente dat we deze vorstperiode op zeven locaties gingen meten. Doordat het zo streng vroor, wilde de gemeente proberen ook het schaatsen op de stadsgracht mogelijk te maken. Maar dat bleef te dun om zelfs maar te meten.”

De protocollen zijn voor Hans en Wilfried een leidraad voor hun werk als ijsmeester. Wilfried: “Wij bepalen niet zelf of een vijver veilig is om op te schaatsen. We meten op verschillende plekken de dikte van het ijs en de waterdiepte. De waarden noteren wij en geven we door aan Ype de Bruin, operationeel beheerder recreatie van de gemeente Zwolle.”

15 jaar ‘ervaring’“Wij werken al heel lang samen”, vertelt Hans. “Ik denk dat we dit al wel 15 jaar doen. In het begin was er nog wel iemand anders ijsmeester, maar ook toen gingen wij al mee om te meten.” “Dit werk doe je nooit alleen. Er zitten natuurlijk best wat risico’s. Zeker als je voor het eerst het ijs op gaat om de dikte te meten.” Wilfried vult aan: “En dat we al 15 jaar klaarstaan als ijsmeesters, betekent niet dat we al 15 jaar ervaring hebben. Strenge winters komen steeds minder vaak voor. De vorige keer dat we gingen meten is meer dan drie jaar geleden. In die 15 jaar hebben we dit zo’n vijf keer meegemaakt denk ik.”

Aan de slag

Wilfried: “Als we het ijs op gaan, maken we eerst een gat in het ijs met een accuboor. Dat doen we op zo’n vier plekken. Dan kunnen we met een rolmaat de ijsdikte meten, daarna pakken we de peilstok. Hiermee peilen we hoe diep het water op die plek is. Dit geven wij door aan de gemeente.” Hans: “Zij bepalen of er veilig op geschaatst kan worden en of het ijs wordt vrijgegeven. Als dat zo is dan zorgen wij ervoor dat tekstborden worden geplaatst, wakken en scheuren in het ijs worden afgezet en de banen eventueel worden geveegd. Dat doen we als het even kan in samenwerking met de wijkverenigingen. Gaat het weer dooien, dan zorgen wij dat de banen weer op tijd worden afgesloten.” Wilfried: Helaas was het ijs dit jaar niet dik genoeg. Natuurlijk kon je er op schaatsen, maar niet met te veel mensen. Die afweging moet de gemeente maken.” Hans: “Vroeger was het allemaal wat vrijblijvender, tegenwoordig moet alles precies volgens de protocollen. Wel heel logisch natuurlijk, je wilt als gemeente niet dat er ongelukken gebeuren, het moet dus echt 100% veilig zijn voordat het ijs wordt vrijgegeven.”

Bijzonder werkHans en Wilfried vinden het ijsmeesterschap een leuke taak. Hans: ”Het is echt weer wat anders dan anders. Normaal ben je bezig met het onderhoud van groen, bijvoorbeeld in parken en op de sportvelden. Dit is een hele leuke afwisseling.” Wilfried: “Bovendien is het echt speciaal werk, dit komt niet elk jaar terug. Je ziet dat de mensen echt plezier hebben als ze op het ijs kunnen. Dat maakt voor ons ook zo leuk om te doen.”