'Omgekeerd inzamelen, de resultaten tot nog toe’

'Omgekeerd inzamelen, de resultaten tot nog toe’


in Inwoners
Delen

Zomer 2016 mochten wij in Kopenhagen namens de Nederlandse afvalbranche iets vertellen over het Nederlandse afvalbeleid. Uit de jaarlijkse gegevens van Eurostat blijkt namelijk dat Nederland - samen met landen als Duitsland en Oostenrijk  - koploper is als het gaat om afvalscheiding bij huishoudens.

Als je op de Nederlandse resultaten inzoomt, zie je lokaal grote verschillen tussen de koplopers en de volgers. Opvallend is dat de koplopers bestaan uit gemeenten die in de afgelopen jaren actief met hun inzamelbeleid bezig zijn geweest en interventie-maatregelen als diftar en/of omgekeerd inzamelen hebben doorgevoerd. Bij diftar gaat het dan om een financiële prikkel om zo weinig mogelijk restafval aan te bieden en bij omgekeerd inzamelen wordt daar nog een serviceprikkel aan toegevoegd doordat inwoners aan huis beter worden gefaciliteerd in het scheiden van herbruikbare grondstoffen (oud papier, gft-afval, plastic verpakkingen, drankenkartons en blik). Wat overblijft kunnen inwoners in het systeem van omgekeerd inzamelen wegbrengen naar een brengpunt in de wijk. Dit wordt niet meer aan huis opgehaald. Of tenminste met een veel lagere frequentie.

Hoog hergebruikpercentage

In 2012 zijn de eerste gemeenten in Nederland begonnen met de invoering van omgekeerd inzamelen. Nu, na vier jaar ervaring, trekken wij de conclusie dat het werkt. Uit onze jaarlijkse Grondstoffenmonitor blijkt dat in de ROVA-gemeenten met omgekeerd inzamelen het hergebruikpercentage inmiddels ruim boven de 80% uitkomt. Daar waar de landelijke VANG-doelstelling voor 2020 op 75% is gesteld.

Vermeende weerstand

Interessant is ook om te zien wat het draagvlak voor zo’n systeemverandering is. De algemene opvatting vooraf is dat de invoering van diftar en/of omgekeerd inzamelen op weerstand stuit van inwoners. Inmiddels weten we uit de praktijk dat veranderingen in logistiek en/of inzamelfrequenties inwoners in beweging brengt. Ze worden ‘verstoord’ in hun dagelijkse disciplines en reageren daarop. Uit ervaring weten we inmiddels ook dat de (vermeende) weerstand snel verdwijnt of in het geheel niet bestond, zodra inwoners het nieuwe systeem gaan gebruiken. Dit strookt met de conclusies die Ellen van der Werff, universitair docent Rijksuniversiteit Groningen, heeft getrokken over ‘vermeende weerstand’ in het project 100-100-100. Inwoners lijken in het geweer te komen tegen afval scheiden thuis, maar als ze er enige ervaring mee hebben, verdwijnt de (vermeende) weerstand als sneeuw voor de zon. De moeite die ze moeten doen blijkt immers enorm mee te vallen. Daar tegenover staat dat het een goed gevoel geeft én dat het systeem ook voor de inwoner directe voordelen biedt: ze kunnen restafval 24/7 wegbrengen naar een verzamelplek in de buurt en de stroom plastic, metaal, en drankverpakkingen (PMD) (die tegenwoordig het grootste volume in het huishoudelijk afval betekent) wordt netjes en professioneel in containers ingezameld in plaats van losse zakken.

Discussie

Gestimuleerd door de aangescherpte VANG-doelstellingen en de ambities door te groeien naar een circulaire economie, zien we de discussies over de effectiviteit van inzamelsystemen weer oplaaien. Naast diftar of omgekeerd inzamelen gaat het dan ook vaak over het nut van bronscheiden (zeg: aan huis door de inwoner zelf) of nascheiden (zeg: door de industrie, veelal installaties gecombineerd met een verbrandingsoven).

Het standpunt van ROVA in deze discussies is eenvoudig en praktisch: wij kiezen de methode die het beste werkt voor een specifieke situatie. Blijkens de cijfers is dit voor onze gemeenten nu het omgekeerd inzamelen, al dan niet in combinatie met diftar. Als andere manieren ontstaan die goed werken kijken wij daar met aandacht naar. Het gaat ons om het doel dat wij samen met onze gemeenten stellen en niet om het middel. Overigens is het verschil tussen bron- en na-scheiden nu ook weer niet zo groot: ook in het systeem van nascheiding worden oud papier, gft-afval, textiel en glas gewoon aan de bron gescheiden, dus door de inwoners, aan huis of via een verzamelpunt in de wijk. Op deze manier werken we aan het overkoepelende doel om zoveel mogelijk grondstoffen te hergebruiken en afval te verminderen of liever nog te voorkomen.

Bij al deze discussies vergeten we overigens vaak dat gemeenten met hun afvalzorg ‘slechts’ een van de rollen in de totale productketen invullen. Een keten die begint bij het delven van grondstoffen en het ontwerpen en produceren van goederen. Gemeenten richten zich op het afval dat ontstaat bij huishoudens. Zij faciliteren huishoudens bij het scheiden van grondstoffen, geven voorlichting en dragen er zorg voor dat de ingezamelde grondstoffen op de maatschappelijk gezien beste manier worden verwerkt. Daarnaast spelen met name producenten en importeurs een belangrijke rol.  Zij kiezen hun materialen en stellen hun producten samen. De keuzen die daarbij worden gemaakt werken door in de rest van de keten. Zo blijkt bijvoorbeeld uit recent onderzoek van de Ellen MacArthur Foundation dat 30% van alle plastic verpakkingen in de basis niet geschikt is voor hergebruik of recycling. Gemeenten en hun inwoners kunnen dan nog zo hun best doen om deze verpakkingen te scheiden van het restafval, een goede recycling is dan bij voorbaat al kansloos.

Naast de stevige inzamelresultaten merken wij ook dat bewustwording bij inwoners op gang komt in ons werkgebied en ook dat zien we als een positief resultaat. Je hoeft tenslotte geen raketgeleerde te zijn om te snappen dat als je het momentum van afval scheiden weghaalt bij consumenten, het lastiger wordt om bewust afdankgedrag (of aankoopgedrag!) te stimuleren.

Herfstperikelen

Voelt u het al? Het wordt kouder, de dagen korter. De herfst komt er aan. De geur van vochtige bruine bladeren en mistba...
Bekijk