De vergister

In Zwolle staat een unieke vergistingsinstallatie van de publieke afvalnutsbedrijven ROVA en HVC. De installatie vergist jaarlijks 45.000 ton gft-afval tot biogas en compost. Het biogas wordt na opwerking voor het eerst in Europa bijgemengd in het hogedruk aardgasleidingnet: een doorbraak in de ontwikkeling van groen gas.

De installatie produceert jaarlijks 2,77 miljoen kuub groen gas en dat is goed voor 1.900 huishoudens. Ook wordt rijden op groen gas mogelijk waardoor jaarlijks 6.000 ton minder CO2 wordt uitgestoten, wat gelijk staat aan de uitstoot van 45.000 personenauto's.

Wat is vergisten?

Vergisten is het afbreken van organisch materiaal door bacteriën in een zuurstofloze omgeving. De bacteriën zetten organische stoffen in het gft in een aantal stappen om in biogas, dat voor het grootste deel bestaat uit methaan (60%) en CO2. Methaan is ook het hoofdbestanddeel van aardgas en het brandbare deel van biogas.

Het gft zit twee tot drie weken in de vergistingsinstallatie. In de vergister is het standaard 55 graden celcius en zuurstofarm. De ideale omstandigheden voor bacteriën om het materiaal te vergisten. Als na een aantal weken het ‘ontgaste' materiaal (digestaat) uit de installatie komt, wordt het door middel van persen ontwaterd en wordt het vervolgens gecomposteerd. Het water wordt voor het grootste deel teruggevoerd de vergister in.  

Van biogas naar groen gas

Het gas dat bij het vergisten vrijkomt heet biogas. Dit biogas moet worden opgewardeerd om de kwaliteit van aardgas te bereiken. Via gasafvoerleidingen op het dak van de vergister, gaat het biogas naar een opwaardeerinstallatie waar het wordt opgewaardeerd tot groen gas van aardgaskwaliteit.

Het biogas wordt gewassen om onder andere CO2 (koolstofdioxide) en H2S (zwavelsulfide) er uit te halen. Vervolgens worden bacterien verwijderd door sterilisatie, filtratie en droging. Nadat er gaslucht aan het biogas is toegevoegd (odorisatie) spreken we niet meer van biogas, maar van groen gas.  

Het groene gas wordt vervolgens via een ondergrondse leiding getransporteerd naar het invoerpunt van de regionale transportleiding van de Gasunie. Hier wordt de druk opgevoerd naar 40 bar voordat het in het aardgasnet wordt gepompt.